gezien op amnesty international filmfestival, 14-18 maart 2007
Day Break – Hamid Rahmadian
Deze speelfilm gaat over een man die in Iran zit te wachten op de voltrekking van de doodstraf. Hij is schuldig aan het vermoorden van zijn baas met een baksteen. Blijkbaar is het in Iran zo dat de familie van het slachtoffer uiteindelijk het vonnis voltrekt, namelijk de voetenbank onder de galg uittrekt. Maar de familie kan de dader ook vergeven. Alles hangt dus van hen af. Bij Mansour is de familie al drie keer niet op komen dagen. In Day Break volg je Mansour in de gevangenis, doorsneden met herinneringen aan zijn vrouw en zijn ouders. Hij was degene die zijn vader overtuigde om alle schapen te verkopen en naar de stad te trekken. Hij nam zijn familie mee naar een kaal klein appartement. Hij kon alsmaar geen werk vinden en kon er uiteindelijk ook niet tegen om afgeblaft te worden door een baas. Zijn schuldgevoelens daarover en de slepende onzekerheid over zijn vonnis zijn prachtig in beeld gebracht. Je ziet een mede-gevangene van wie de familie van het slachtoffer wel naar de zitting komt. Zij vergeven hem niet, tot vlak voor het martelende einde. De man staat al met zijn hoofd in de strop als de familieleden vragen zijn huis op hun naam te zetten.
Mansour echter moet weer wachten. De familie van zijn baas is niet gekomen vanwege het overlijden van zijn moeder. Na de veertig dagen van rouw neemt hij contact op met de rechtbank. Mansour wordt terug in de gevangenis binnengehaald als een held: hij heeft het vonnis voor de derde keer overleefd! Aan het feesten doet hij niet mee. Hij zit dag en nacht en rookt. In flashbacks zie je zijn ouders en vrouw in het dorp, op weg naar de stad, en later: zijn vrouw zwanger van zijn dochter. Of Mansour het redt zie je niet. De film eindigt met het eerste daglicht op de ochtend dat zijn zaak voor de vierde keer voor de rechter komt.
The Greatest Silence: Rape in Congo – Lisa F. Jackson
Een heftige documentaire over een heftig onderwerp. Na de burgeroorlog in Congo bleek dat de meeste oorlogsslachtoffers nog leefden, en zwaar verminkt zijn: vrouwen van alle leeftijden zijn door soldaten verkracht, seksueel kapot gemaakt, verbrand. Jackson trekt met camera het land door. Ze komt in dorpen waar alle vrouwen seksueel geweld hebben meegemaakt, ziek zijn en niet meer kunnen werken. Ze komt in een ziekenhuis waar de idealistische hoofdarts deze vrouwen opereert. Vanaf ale bergen komen ze naar zijn kliniek, en wachten in een opvang (open schuur) totdat er een bed vrij is. Ze praat met de politie-agente die in haar eentje de zedenpolitie is, met een houten hut als kantoor. Ze gaat naar de kerk waar vrouwen een steungroep hebben opgezet. Het belang van praten over je ervaringen wordt steeds benadrukt, ondanks de schaamte.
Het jammere van de film is dat Jackson behalve een onverteld verhaal uit Congo, ook haar eigen verhaal wil vertellen. Het kan zijn dat haar parallel met gang rape in een Amerikaanse stad het Congolese verhaal dichter bij Amerikaanse kijkers brengt. Maar de vergelijking gaat op veel punten mank. Wanneer ze een Congolese vrouw spreekt die hertrouwd is na haar verkrachting, en daar eigenlijk niet gelukkig mee is, legt Jackson de link na haar huwelijk. Ze trouwde vlak na haar verkrachting met een man die haar te verstaan gaf, dat ze blij mocht zijn dat hij haar nog wilde. Universeel is misschien dat verkrachtte vrouwen worden beschouwd als waardeloos, maar de consequenties daarvan zijn in Congo anders dan in de VS.
Tegelijkertijd is Jackson dapper. Ze gaat overal op af. Ze bevraagt de soldaten zelf waarom zij verkrachten. Ook dan voegt ze er echter aan toe, dat ze dat haar eigen verkrachters ook had willen vragen.
Bil’in my love – Shai Carmeli Polak
Bil’in is een dorp dat aan de grens van de muur om Israel ligt. De muur wordt niet alleen gebruikt voor de zogenaamde veiligheid, maar ook om er weer wat land aan toe te voegen. Bil’in verliest de helft van de grond: oude olijfgaarden die al honderden jaren in Palestijnse handen zijn worden onteigend en plat gebuldozerd. De Israelische Shai Carmeli Polak filmde in 2005 en 2006 het vreedzame protest dat de bewoners van Bil’in, gesteund door Israelische en internationale vredesactivisten voerden. Het geweld dat de soldaten gebruiken om de demonstraties neer te slaan is afgrijselijk. Hoewel de demonstranten zich keer op keer op hun rechten beroepen – ze mogen over de weg lopen, die tot hun dorp behoort, ze gooien geen stenen – wordt er iedere keer geschoten, worden er steeds mensen neergeslagen en opgepakt. De creativiteit en saamhorigheid van de dorpelingen is enorm. Zeker als je het afzet tegen de brute houding van het leger. Ze zetten under cover soldaten in die beginnen te gooien met stenen, ze gebruiken gas en een snerpend geluidskanon om de demonstranten uit elkaar te drijven. Carmeli Polak richt zijn camera op de commandant en bevraagt hem over zijn gedrag. Die heeft eigenlijk geen antwoorden. De documentaire eindigt een beetje hoopvol. De dorpelingen bouwen ’s nachts een gebouwtje op de onteigende grond, dat daar niet zomaar weg gehaald kan worden. Ook toont een advocaat aan dat de bouwvergunningen van de appartementen aan de andere kant van de muur onterecht zijn uitgegeven. Maar intussen weet je – onder meer door deze aangrijpende documentaire – hoe machteloos je bent als geweldloos dorpje tegen een leger met wapens.
Que viva Mauricio Demierre (Y tambien la revolucion) – Stephane Goel
Chantal Bianchi en Mauricio Demierre trokken in de jaren tachtig vanuit Zwitserland naar Nicaragua om het land te helpen opbouwen. De Sandinistische regering kende de grond toe aan collectieven en Chantal en Mauricio hielpen de boeren zichzelf te organiseren en het land bewerken. Na drie jaar komt Demierre om in een hinderlaag van contra-revolutionairen, gesteund door de VS. In deze documentaire gaat Chantal twintig jaar na zijn dood terug naar het dorp waar ze woonde. Omdat er veel oud beeldmateriaal bewaard is, zie je ook hoe het was, dat werken op het land, het leven in een boerendorp. De saamhorigheid en de aanvallen van de contra’s. Veel mensen herkennen haar en het dorp kent bijvoorbeeld een school die naar Demierre is vernoemd. Als Chantal een toneelstuk wil opvoeren in nagedachtenis van haar man, verstoort de katholieke kerk de opvoering, door de luidsprekers extra hard en de deuren van de kerk open te zetten. Van collectieve arbeid of bezit is niks meer over. Ook in Somotillo is het kapitalisme ingetreden. De film geeft een mooi beeld van een geschiedenis, hoe droevig die ook eindigt.
Offside – Jafar Panahi (zie eerdere posting): geweldige film over meiden die als jongens verkleed het voetbalstadion van Teheran binnenkomen, maar betrapt worden.
marlies zei,
maart 26, 2007 bij 1:39 pm
Gefeliciteerd met je weblog! Eindelijk weer iets interessants op het internet