offside – jafar panahi

maart 18, 2007 at 10:27 am (film)

Vanavond, zondag 18 maart ontvangt de Iraanse filmmaker Jafar Panahi de Hivos Cinema Unlimited Award voor zijn hele oeuvre. De filmmaker was eregast op het negende Amnesty International Filmfestival, waar ook zijn laatste film Offside werd getoond. Een film over voetbalgekke meiden in een land waar vrouwen het stadion niet inkomen.

Offside is, zoals de maker Panahi zelf zegt na de eerste vertoning op het festival, zijn eerste vrolijke film over Iran. Hij maakte er vele, waaronder The White Balloon (1995) en The Circle (2000). Offside, letterlijk: buitenspel, speelt tijdens de kwalificatiewedstrijd voor het WK voetbal in 2006, Iran tegen Bahrein. Een aantal meiden proberen als jongens verkleed het stadion binnen te komen. Ze zijn zo gek van voetbal dat ze het stadionverbod voor vrouwen trotseren. Ze dragen petten, vlaggen, wijde bloezen en hebben hun gezicht gesminckt in de kleuren van de vlag. Maar ze redden het niet allemaal. Ze worden ontmaskerd of tijdens het fouilleren eruit gepikt en meegenomen door militairen. Net buiten het zicht op het veld worden ze vastgehouden tijdens de wedstrijd. Frustrerend, als je echt van voetbal houdt. Je hoort het juichen, maar kan niets zien. Langzaam groeit er echter iets tussen hen en twee van hun bewakers. De ene militair is idolaat van voetbal. Als hij merkt dat de meiden er echt verstand van hebben, gaat hij de westrijd voor hen verslaan. De andere militair heeft niks met voetbal, is vanaf het platteland naar de stad gekomen voor zijn dienstplicht en is alleen maar bang voor straf van zijn baas. Hij snapt niks van de jonge vrouwen, die er zoveel voor over hebben om een dom spel te volgen. Hij schreeuwt tegen ze en verdedigt de Iraanse regels dat vrouwen nou eenmaal niet in een voetbalstadion thuishoren.

offside-foto.jpg

De film is grappig omdat de meiden vragen blijven stellen, waar de mannen eigenlijk geen goed antwoord op hebben. Waarom mogen vrouwen het stadion niet in? Het antwoord: omdat ze dan naast vreemde mannen moeten zitten. ‘Maar in de bioscoop zitten mannen en vrouwen toch ook naast elkaar? En daar is het donker!’ De logica: in het stadion wordt veel meer gevloekt dan in de bioscoop. Het Iraanse stadionverbod voor vrouwen wordt zo op de hak genomen.
Daarnaast zijn de meiden ontwapenend in hun liefde voor het spel. Ze doen er vanalles aan om de wedstrijd te kunnen volgen. Een van de meiden speelt dat ze nodig moet plassen en krijgt een bewaker uiteindelijk zover dat hij meegaat naar de wc. Omdat er geen vrouwen in het stadion mogen, zijn er geen damestoiletten. De bewaker probeert alle mannen uit de wc’s te houden terwijl de jonge vrouw plast. In de commotie weet ze te ontsnappen naar de tribune.
Ze hebben er allemaal veel voor over om de wedstrijd life te zien. Alle zes de meiden die gevangen gehouden worden, hebben hun best gedaan om er zo jongensachtig uit te zien. Een van de vrouwen is wel erg stoer. Als zij gebracht wordt, vraagt de commandant: is dat een vrouw? Z/hij antwoordt iets in de trand van: wat je maar wilt. Als haar mede-gevangene vraagt of ze naar de wc mag en dreigt dat ze ter plekke haar broek uit doet, geeft dit personage aan dat ze dat geen slecht idee vindt. Ze stelt zich op naar de bewakers als one of the boys, zowel in voetbal-kennis, als wanneer het op vechten aankomt. Een transgender- en/of lesbische knipoog?
Even later wordt er nog een jonge vrouw gebracht: in uniform! Ze ziet er geweldig uit in hetzelfde pak als de militairen. De meiden halen haar bewonderend binnen. Ze was tussen de militairen in de vip-loge gaan zitten, maar had de fout gemaakt om op de stoel van de commandant te gaan zitten. Euforisch vertelt ze over de wedstrijd: ‘Ik zat practisch op het veld!’
Panahi kaart in Offside de positie van vrouwen in Iran aan en speelt tegelijk met gender. Niet alleen hun kleding maar ook de houding van de meiden en de insiders-grappen maken het een interessante film. Het zijn dappere keuzen voor een cineast in een land waar je voor 90% van je tijd met vergunningen rondom een film bezig bent, en maar 10% van je tijd aan de film zelf kan besteden.
Na afloop van de vertoning in Amsterdam vertelt Panahi over het maken van de film. Alle filmscripts in Iran moeten langs de censuur. Toestemming om te draaien krijg je pas nadat je de opgedragen veranderingen in het script hebt aangebracht. Voor deze film diende hij een ander script in, met een andere regisseur. Dat gaf hem wat ruimte om te filmen. De film is in Iran maar een keer voor publiek vertoont, want ook daar zijn vergunningen voor nodig. ‘Maar’ zo vertelt Panahi ‘er zijn duizenden illegale copieën verkocht op de zwarte markt.’ Het feit dat hij veel buitenlandse prijzen wint en zijn films op veel festivals buiten Iran worden vertoont, geeft hem enige bescherming, ook in Iran. ‘In Iran worden alle intellectuele geisoleerd. Over het feit dat ik een Gouden Beer heb gewonnen in Berlijn, zullen ze in Iran, zeggen dat dat betekent dat ik anti-Iraanse films maak.’ Op de vraag of zijn films ook in Iran zijn opgenomen, antwoordt hij heel beslist: ‘Al mijn films gaan over Iran en zijn gedraaid in Iran.’

Werk van Jafar Panahi (Iran, 1960)
• 1988: Yarali bashlar (The Wounded Heads)
• 1991: Kish
• 1992: Doust (The Friend)
• 1992: Akharin emtehan
• 1995: Badkonake sefid (The White Balloon)
• 1997: Ardekoul
• 1997: Ayneh (The Mirror)
• 2000: Dayereh (The Circle)
• 2003: Talaye sorkh (Crimson Gold)

2 Reacties

  1. eendagsvliegen zei,

    Leuke beschrijving van deze film, Mar! Ik heb je blog ingevoerd op Bloglines, zodat ik je blogverrichtingen goed kan volgen! Veel plezier! Mo

  2. Mo zei,

    Hai Mar, leuke beschrijving van deze film. Ik heb je blogadres ingevoerd op Bloglines, dus ga je blogverichtingen goed volgen. Veel plezier! Mo

Plaats een reactie