‘Mijn zus Zahra’ spiegel voor alle ouders
Saddie Choua is de oudste thuis. Ze komt uit een Vlaams-Marokkaanse gezin. Op een dag bellen haar ouders op. Het gaat niet goed met haar zus Zahra. Ze luistert niet en ze denkt dat ze lesbisch is. Saddie woont niet meer thuis, maar het gesprek met haar moeder zet haar aan het denken. Is het echt zo? En moet ze nu, zoals haar ouders haar vragen, Zahra ‘die gekheid’ uit haar hoofd praten? Zo start haar zoektocht die ze vastlegt in de documentaire Mijn zus Zahra. Hoe ik mijn vader probeerde te veranderen in 52 minuten. De film werd getoond in het kader van IDAHO, International Day Against Homophobia, georganiseerd door COC, de Balie en Zina Platform op woensdag 16 mei.

Saddie en Zahra op Zahra’s kamer
Saddie spreekt in haar film behalve haar zus, vijf andere homoseksuele Belgen met een allochtone achtergrond. Hun verhalen zijn ontroerend en divers. Samia vertelt bijvoorbeeld hoe ze op een feestje van een homovriend alle mannen langs gaat met vier vragen: ‘Ben je homo? Kom je uit Marokko? Uit Casablanca? Wil je met me trouwen?’ Uiteindelijk treft ze een jongen die op alle vragen ja zegt. Ze neemt hem mee naar huis. Helaas werkt haar dekmantel niet lang. Aan het eind van de film vertelt ze dat ze heel voorzichtig moet leven, omdat haar familie haar op de hielen zit.
Aziz’ moeder reageerde goed op zijn coming out. Ze zei: ‘Op vijf kinderen is er toch een homo. We zijn een moderne familie.’ Zijn broers wisten het altijd al en hebben er nooit een probleem van gemaakt. Ze gingen met Aziz mee naar de kroeg. Volgens hem is dat logisch in een cultuur waarin de seksen gescheiden leven. ‘Jongens gaan in bad met elkaar, slapen met elkaar, en dan gebeurt er ook een hoop.’

Mohammed
Mohammed, die in het filmpje vertelt hoe zijn vader hem op zijn zestiende met een riem sloeg, nadat zijn oom hem met een vriend had zien lopen, is in Amsterdam. Op de vraag van gespreksleidster Myriam Sahraoui, waarom hij meewerkt aan de film, antwoordt hij dat hij zich al een aantal maal heeft uitgesproken. Hoe vaker je uit de kast komt, hoe makkelijker het wordt.
Hoewel de media steeds zeggen, ‘We vinden ze niet’, kostte het Saddie weinig moeite om deze homo’s en lesbo’s te spreken te krijgen. Misschien omdat ze zelf van Marokkaanse origine is, en het om haar zus ging, suggereert ze. ‘Het ligt eraan wat je ermee doet. Ik laat zien dat er ook veel acceptatie is, op de manier van “doe maar, maar zeg niets”.’

Saddie met haar ouders
Het is fantastisch dat we deze verhalen horen, en des te ontroerender is het wanneer Saddie haar ouders confronteert voor de camera. Als ze thuis gaat draaien, willen haar ouders ook worden gefilmd. Ze weten niet waar de film over gaat. Saddies vragen over homoseksualiteit overvallen hen, maar hun reacties zijn daarom vers en teer. De onmacht, het gebrek aan woorden. En vooral, de gebaren. Brede armen, de schouders opgetrokken. Uit alles spreekt teleurstelling, en tegelijkertijd liefde en berusting. Weliswaar hebben ze hoop, want, zo haalt vader het gezegde aan: ‘Hoop doet leven.’ Zahra vertelt intussen op haar kinderkamer hoe zij de tijd is doorgekomen met dat zwijgen, met die gebaren.
De ondertitel van de film is zelfkritiek: je verandert mensen namelijk niet zo makkelijk, aldus Choua. ‘Je moet ze de tijd geven om te wennen. Maar het zou wel kunnen dat de film mensen verandert.’ De film wordt in België vertoond bij vrouwengroepen. ‘In zo’n groep herinnert er altijd wel iemand zich een vrouw, vroeger in haar dorp, die ook met een andere vrouw leefde.’ Prompt staat er een migrantenvrouw op in het publiek met zo’n verhaal. Zij had een buurvrouw, die alleen vrouwen ontving.
Een andere vrouw uit de zaal zegt: ‘De islam wordt erbij gehaald, maar veel zaken die volgens de islam niet mogen, zijn wel geaccepteerd.’ Volgens haar heeft het afkeuren van homoseksualiteit te maken met de strenge rolpatronen voor mannen en vrouwen. Daarvan afwijken is pijnlijk. ‘Mensen willen dingen niet zien. Maar ik zeg, het is de werkelijkheid. We moeten ermee dealen.’
Souad is lesbisch en van Marokkaanse afkomst. Ze zegt: ‘Mijn ouders weten het, ze willen me niet kwijt. Ze willen het accepteren, maar ze mogen het niet van hun omgeving. Dat geeft aan dat ze ermee bezig zijn.’ Haar ervaring is dat lesbische vrouwen met een Marokkaanse achtergrond elkaar weten te vinden via internet, op feestjes. ‘Het is een andere beweging dan via het COC.’
Nazmiye Oral vindt het ontroerend hoe voorzichtig kinderen met hun ouders omgaan. Soms misschien te voorzichtig. ‘Ik ben geen voorstander van de harde manier, van ‘je accepteert het maar of anders rot je maar op’. Maar ik heb lange tijd een wezenlijk deel van mezelf verzwegen. Langzaamaan vind ik dat je als kind mag eisen dat je gezien wordt zoals je bent. We moeten – misschien niet op de westerse manier maar wel degelijk de confrontatie aangaan.’
Niet alleen migranten-ouders hebben wat aan dit verhaal, aldus Saddie. ‘De film is een spiegel voor alle ouders.’ Soula Notos erkent dat. ‘We zouden wat minder moeten denken in termen van wij&zij en meer moeten nuanceren in het debat. Zelf ben ik Grieks en Griekenland is een fijn vakantieland, maar het is een publiek geheim dat een van onze beste zangeressen, Alkestis Protopsaltis, lesbisch is. Don’t ask, don’t tell.’
Voor de film ontvangt Saddie Choua de Bob Angelo Oorkonde, een onderscheiding van het COC Nederland, vernoemd naar de oprichter. Tania Barkhuis van COC Amsterdam besluit de avond. ‘De film gaat over bindingen met jezelf en met anderen. Hoe kan je goed voor jezelf zorgen? En hoe voor je ouders? Langzaam komt er meer openheid over homoseksualiteit, maar de paradox blijft: emancipatie moet je zelf doen. Je mag daarbij wel steun eisen van je omgeving. En steun zelf ook anderen in hun emancipatiestrijd, zoals Saddie doet met deze documentaire.’ Saddie tot slot voegt toe: ‘Marokkaanse vrouwen zien de liefde in mijn film. Na afloop van de vertoning komen ze naar me toe en fluisteren ze: Blijf je zus steunen.’
dabora zei,
juni 3, 2008 bij 9:20 pm
Ik ben lesbisch en lijk op een man.