Gloria Wekker gelauwerd
Op 1 december krijgt prof. dr. Gloria Wekker de Ruth Benedict Award 2007 van de Society of Lesbian and Gay Anthropologists (SOLGA) voor haar vernieuwende en belangwekkende onderzoek: The Politics of Passion, Women’s Sexual Culture in the Afro-Surinamese Diaspora (Columbia University Press, 2006).

Foto Anja Meulenbelt
Op zaterdag 27 oktober sprak Wekker op het jaarlijkse colloquium van het Instituut ter bevordering van de Surinamistiek. Het ging dit jaar over seksualiteit, een belangrijk maar beladen onderwerp.
Wekker stelde daarom dat het hoog tijd is om te praten over seksualiteit. Aan het niet-praten erover zijn namelijk hoge kosten verbonden. Risico’s van onwetendheid, soa en ongewenste zwangerschappen bijvoorbeeld. Door hiv zijn eros en tanatos de afgelopen deccennia nauw aan elkaar verbonden. ‘We maken er grappen over, liederen en odo’s. Ons dagelijks leven is doordrenkt van seks, maar we weten eigenlijk heel weinig.’
Wekkers hypothese is dat in een homosociale samenleving als Suriname er alleen over seks gepraat wordt onder seksegenoten. Het cross-gender gesprek vindt niet plaats, noch het intergenerationele gesprek. Wekker spreekt dus over paradoxen, over de sterke beeldvorming rond de Caribische seksualiteit enerzijds: ‘In die beeldvorming hebben wij een seksuele superaanleg en zijn we hoogbegaafd in bed. Dat is een racistische erfenis uit het koloniale verleden.’ En over de schaamte en gebrek aan kennis anderzijds. ‘Ik heb mensen gesproken die dit jaar maar niet naar het colloquium kwamen, en als ik vroeg waarom, dan zeiden ze, vanwege het onderwerp.’
In de Surinamistiek wordt seksualiteit niet bestudeerd, in het groter Caribisch gebied wel, aldus Wekker. Mede door de aids-pandemie bestaat er een levendige onderzoekscultuur over seksualiteit. Ook in de feministische en homobeweging is de belangstelling voor het onderwerp gegroeid. Maar, zo concludeert Wekker, het heeft lang geduurd voordat het een respectabel onderzoeksonderwerp werd.
Wie doet het met wie is geen toeval
Van de gedachte dat seks iets natuurlijk is wil zij het publiek van afhelpen. Seks is een sociale constructie. Het lijkt misschien intiem en persoonlijk, maar wie het met wie doet vertelt veel over het publieke en sociale leven, en over macht. Laura Ann Stoler schrijft in Carnal Knowledge and Imperial Power: Race and the Intimate in Colonial Rule (2002) over het Oost-Indische koloniale rijk: ‘Who bedded and wedded with whom was never left to chance.’
In het koloniale Suriname geldt hetzelfde. Wekker beschrijft welke mogelijkheden mensen hadden voor het aangaan van seksuele relaties, afhankelijk van hun sociale positie. Witte mannen waren heer en meester en hadden toegang tot witte en zwarte vrouwen, en mannen. Witte vrouwen konden alleen relaties aangaan met witte mannen; vrouwen die het met zwarte mannen deden, werden verbannen. Voor zwarte mannen waren witte mannen de grote dreiging: door de koloniale verhoudingen konden zij hun vrouwen niet beschermen voor witte mannen. Zwarte vrouwen werden niet beschouwd als personen maar als zaken. Zij hadden geen rechten en konden dus niet verkracht worden. Er was immers geen wet waarop zij zich konden beroepen. Ze werden, ook wetenschapppelijk, verbeeld als altijd beschikbaar en geïnteresseerd.
Vreugdevol
Wat seks is, is aan tijd, plaats en sociale groep gebonden. De definitie is niet trans-historisch. Seks wordt vaak gedefinieerd als heteroseks. Mannen en vrouwen zouden als vanzelfsprekend tot elkaar aangetrokken zijn. Wekker verwijst hierop naar Adrienne Rich die in 1980 het essay schreef Compulsory heterosexuality and lesbian existence en daarmee de term ‘gedwongen heteroseksualiteit’ introduceerde. In veel samenlevingen worden mensen gedwongen om heteroseksuele levens te leiden, aldus Wekker. Dat geldt niet zo voor de afro-Surinaamse samenleving. Daar kennen we het mati-werk: vrouwen en mannen die relaties aangaan met mannen en vrouwen.
Ook zegt ze: ‘Ik spreek over seksuele praktijken en niet over identiteit.’ Vaak wordt seksualiteit namelijk gezien als uitdrukking van je kernidentiteit: je zou geboren zijn als homo, hetero of bi. Daar is Wekker het niet mee eens: seksualiteit staat niet vast. Seksualiteit wordt bovendien vaak onderverdeeld in mannelijke seksualiteit als actief en vrouwelijke seksualiteit als passief. Wekker: ‘Daar is een hele industrie op gebouwd. Nette meisjes houden niet van seks.’ Ook dat gaat niet op voor Afro-Surinamers. Hetzelfde geldt voor het beeld dat seks een zonde of een ziekte is. ‘Voor Afro-Surinamers is seksualiteit een vreugdevol onderdeel van het leven.’
Politics of passion
Tot slot noemt zij de bestaande studies en onderwerpen die zij graag onderzocht zou zien. Op het gebied van hiv&aids wordt onderzoek gedaan, bijvoorbeeld door Julia Terborg die voor Stichting Lobi onderzoek deed naar hiv onder goudzoekers.
Ook wordt sekswerk wel onderzocht. Suriname is een halteplaats voor de seksindustrie in het Caribisch gebied. De Maxi Linderstichting heeft daar een rapport over uitgebracht, waaruit blijkt dat mannelijke prostituees meer in trek zijn en beter verdienen dan vrouwelijke sekswerkers.
In haar proefschrift schrijft Julia Terborg over man-vrouwrelaties en matrifocaliteit, en Usha Marhe schreef over incest de studie Tapu Sjen/Bedek je schande (Van Gennep, 1996). Er zijn een aantal studies over vrouw-vrouwrelaties verschenen, waaronder het proefschrift van Wekker zelf: Ik ben een gouden munt (Vita, 1994) en de Engelse bewerking daarvan waar Wekker nu voor gelauwerd wordt: The Politics of Passion, Women’s Sexual Culture in the Afro-Surinamese Diaspora (Columbia University Press, 2006).


Al met al is het niet veel, vindt Wekker. Daarom roept ze op tot nieuw onderzoek. Over seksualiteit onder verschillende bevolkingsgroepen bijvoorbeeld. De onderzoeksaandacht is in Suriname onevenredig verdeeld, terwijl er in de rest van het Caribisch Gebied veel aandacht is voor de indo-caribische seksualiteit. Een roman als Cereus blooms at night van Shani Motoo bewijst dat bijvoorbeeld.
Wekker is benieuwd, bijvoorbeeld naar de Javaanse vrouwen die op mannenbijeenkomsten dansen, naar studies over de gedeelde Surinaamse seksualiteit, want seks in Suriname zou niet alleen verticaal, dat wil zeggen, binnen de verschillende etnische groepen, maar ook horizontaal bestudeerd moeten worden. Ook is ze benieuwd naar studies over mannelijkheid, naar de socialisatie van jongens en mannen in de verschillende etnische groepen. En naar het mannelijke mati-werk, ook wel afgekort tot MSM: Men having Sex with Men. Met andere woorden: er is werk aan de winkel!