Slagschaduw
Wat had Benno Premsela er zelf van gevonden? Van Verdonk op de gaypride? Van de nota ‘Gewoon homo zijn’? Van minister Plasterk als onze man in Den Haag? Die vragen laten me niet los als ik onder de sterren naar huis fiets. Het debat naar aanleiding van de Premsela-biografie, geschreven door Bert Boelaars, geeft een inkijkje in hoe het eraan toeging, vroeger op een COC-ledenvergadering. Zeker voor ‘jongeren’ zoals ik (35) die er destijds niet bij waren. Tussen haakjes: ik snap nu wel waarom oudere potten mij altijd vragen om mee te praten of mee te lezen ‘namens de jongeren’. Ik ben niet jong, zeg ik dan altijd, maar in deze zaal ben ik echt de aller- allerjongste!
Maar goed, intussen worden oude vetes opgerakeld door dezelfde mensen, nu alleen wat ouder. Het man-vrouw debat wordt nog eens overgedaan en sterker nog: ook in de nota ‘Gewoon homo zijn’ van Plasterk is geen lesbienne te bekennen, aldus Marjan Bakker die dit debat organiseert vanuit IHLIA, het homo en lesbische archief in de Openbare Bibliotheek.
Desondanks is zichtbaarheid het thema. Hoewel, dat moet volgens een van de krasse knarren in de zaal eerder ‘openheid’ zijn. Premsela was niet alleen talentvol architect en ontwerper, hij was ook open over zijn liefde voor mannen: in 1948 werd hij lid van het COC onder zijn eigen naam, in die tijd heel bijzonder. Tijdens de uitzending van VARA’s Achter het nieuws over homoseksualiteit in 1964, kijkt hij recht in de camera, waar anderen op hun rug gefilmd worden. Je kon als homo of lesbo gemakkelijk je baan verliezen, of je hele familie. Maar Premsela was niet bang. Hij had de oorlog overleefd, dus wat kon hem overkomen? Als COC-voorzitter zette hij de beweging naar buiten in gang, waarin het een vereniging voor ‘integratie van homoseksualiteit’ werd: niet langer een geheime club waar mensen achter gesloten deuren zichzelf konden zijn, maar een belangenbehartiger, een gezicht van de homobeweging.
Koploper
Frank van Dalen, de huidige bestuursvoorzitter, voelt de slagschaduw van Premsela. Ook hij is een bevlogen voorzitter. Hij noemt zijn successen. Niet alleen heeft de homobeweging een minister gekregen in plaats van een staatssecreataris, ook is er weer eens een homonota verschenen waarin Plasterk goede voornemens heeft om de sociale acceptatie van homoseksualiteit ‘tot in de haarvaten van de samenleving’ aan te pakken. Bovendien profileert Prinses Maxima zich als homovriendelijk: zij is aanwezig bij de ondertekening van een zogenaamde ‘koploperovereenkomst’, een convenant tussen de vier grote steden en minister Plasterk over het bevorderen van homo-emancipatie.
Succes op succes dus: de noodzaak van homo-emancipatie wordt breed gedragen.
Civil Rights
Maar niet iedereen is even enthousiast over het snelle praatje van Van Dalen. Joke Swiebel, oud-bestuurder van het COC en oud-politica, waarschuwt hem: ‘Je moet je niet teveel te vereenzelvigen met het overheidsbeleid. Als je het niet met ze eens bent, kun je ze ook geen schop meer verkopen.’ En feministisch filantroop Marjan Sax bevraagt de voorzitter op zijn eigen politieke kleur: door zijn affiliatie met de VVD stond Verdonk op de Gaypride. ‘Een schande! Zij wilde homoseksuele asielzoekers terugsturen naar Iran. Met die vrouw wil je als homobeweging helemaal niet geassocieerd worden.’
Maar wat zou Premsela gedaan hebben? Als jonkie heb ik hem niet persoonlijk meegemaakt. Maar uit de verhalen van mede-bestuurders en van zijn biograaf maak ik op dat hij over Verdonk eenduidig zou zijn: zij was als hardvochtig oud-minister van integratie niet welkom op de Gaypride. Zijn solidariteit met homoseksuelen over de grens en met de strijd tegen racisme was daarvoor te sterk. Hij vergeleek de homostrijd in het eerste nummer van Dialoog – het blad van het COC dat via een onafhankelijke stichting werd uitgegeven omdat het te kritisch was – niet voor niks met de civil rights movement van Afro-Amerikanen in de VS. Hij citeerde niet voor niks James Baldwin, Afro-Amerikaanse activist en homo, dat het probleem niet bij de zwarte minderheid lag, maar bij de witte meerderheid. Maar wat zou hij vinden van Plasterk en Maxima? Is hun inzet de voltooiing van de slag die hij begon, of een uiting van – zoals Swiebel zei – kwalijke afhankelijkheid? Wat jammer dat het debat daar niet verder ging.
Joke Swiebel zei,
maart 4, 2008 bij 9:58 pm
Dag Mariette,
Mag ik twee kanttekeningen bij dit verslag maken?
Ten eerste: Met haar aanval op Frank van Dalen vanwege zijn vermeende steun aan de rol van Rita Verdonk op de Gay Pride sloeg Marjan Sax de plank flink mis (zoals wel vaker). Het was juist door de pressie van het COC dat Verdonk (in oktober 2006) terug kwam van het eerdere standpunt dat afgewezen homoseksuele asielzoekers best teruggestuurd konden worden naar Iran. Frank wees daar terecht op.
Ten tweede: Premsela had vast de nota van Plasterk fantáááááástisch gevonden, en de rol van Maxima ééénig. Hij had een goed gevoel voor hoe het werkt in de politiek, dus dat is het probleem niet. Mijn punt van die afhankelijkheid is een kwestie van dosering. Je moet je als maatschappelijke organisatie – ook al ben je hardstikke blij met de binnengehaalde buit – niet totaal met het overheidsstandpunt vereenzelvigen en wat kritische distantie laten. Tel je zegeningen, maar blijf ook op je hoede.
Merkwaardig overigens dat je in je verslag niet inging op die andere frontale aanval van Marjan Sax, n.l. dat het COC een mannenorganisatie was en is en “dat ze er niets van begrepen” (van vrouwen, van het feminisme) etc. Helaas was ook daarvoor de tijd te kort. Daar valt nog heel wat meer over te vertellen…
Een hartelijke groet van
Joke Swiebel
janiek zei,
maart 7, 2008 bij 9:11 pm
“ook in de nota ‘Gewoon homo zijn’ van Plasterk is geen lesbienne te bekennen”
Volgens de eerste voetnoot in de nota worden zij wel mede ‘bedoeld’, maar zeker na de eerste bespreking in de kamer was ook mijn indruk dat de gedachtenruimte in de hele discussie eigenlijk alleen met homo-mannen gevuld is. Ik ben ook wel bang dat dat z’n weerslag zal hebben op hoe de geldstromen zullen gaan stromen.
Mijn belang zit ook in de transgenderhoek, maar die is ook vooral in die ene voetnoot zichtbaar, verder nauwelijks.
Groet, Janiek