Janousi
Stichting Nafar is een zelforganisatie voor Noord-Afrikaanse jongeren met homoseksuele gevoelens. Omdat de woorden voor homo of lesbisch in het Arabisch vaak een negatieve bijklank hebben, (vergelijk: sodomie) ontwierp de stichting een nieuw, neutraal woord voor mensen die gevoelens hebben voor mensen van hun eigen geslacht: Janousi. Afgelopen vrijdag 1 augustus had Stichting Nafar, samen met COC Amsterdam Catherine Vuylsteke uitgenodigd om te praten over janousi, vooral die uit Marokko. Burgemeester Cohen was aanwezig om zijn steun te tonen aan de emancipatie van Noord-Afrikaanse homo’s en lesbo’s.
Chafik Gadir, coordinator van Nafar, vertelt ter inleiding dat de Arabische wereld al eeuwenlang een paradijs is voor de mannenliefde. ‘Zolang je er niet over praat, knijpt de omgeving een oogje toe. In combinatie met de Nederlandse emancipatie van het homohuwelijk zou je denken dat hier de Arabische mannenliefde tot grote bloei zou komen, maar nee.’ Bij Nafar ziet hij vaak jongens die ondanks hun gevoelens voor mannen, toch trouwen met een vrouw, om hun ouders geen verdriet te doen. En mannen die wel uitkomen voor hun gevoelens leven met de last van een roddelende gemeenschap of een zieke moeder. ‘Homo zijn is niet cool.’ Tegelijkertijd ziet hij ook wel lichtpuntjes: een broer die het accepteert, een moeder die ondanks alles hartstochtelijk van haar kind blijft houden en jongens die met hulp van bijvoorbeeld Veilige haven hun leven op de rails krijgen.
De Vlaamse journalist Catherine Vuylsteke schreef Onder mannen. Het verzwegen leven van Marokkaanse homo’s. De titel van het boek zou eigenlijk moeten zijn: Onder onder mannen, want in het Marokkaans Arabisch zeg je twee keer onder, om aan te geven dat iets heel verborgen is. Vuylsteke sprak met jongens en mannen in Brussel, Parijs, Spanje en de grote steden in Marokko. Alle geinterviewden wilden niet met hun eigen naam in haar boek. De mannen vertelden haar stuk voor stuk aangrijpende verhalen. Van politierazzias tot zelfmoord. Een verhaal in Marokko was wat opgewekter. Deze jongen had een moeder die altijd had gewerkt als verpleegster in het ziekenhuis. Zij had daar vanalles gezien en gaf haar zoon drie tips mee: zeg het tegen niemand, doe het nooit met iemand uit onze omgeving en gebruik altijd een condoom. Door de steun van zijn moeder was deze man degene die het meest open leven leidde en zelf zijn homoseksualiteit het beste had verwerkt, aldus Vuylsteke.
Volgens de Vlaamse is het in een land als Marokko onmogelijk om individuele vrijheid na te streven. Individualiteit is een westers begrip; in Marokko bepaalt de gemeenschap wie je bent. Een andere kant van dezelfde medaille is dat er zonder individuele vrijheid, ook geen verantwoordelijkheid is. Het trouwen met een vrouw, die vervolgens ook in een ongelukkig huwelijk terecht komt, vinden de geinterviewden niet hun verantwoordelijkheid. Ook staat Vuylsteke stil bij de dubbele moraal: hoewel het officieel niet bestaat, komt homoseks veel voor. Dat is een gevolg van de Franse kolonisatie denkt ze. De Marokkaanse bevolking leerde praten in verschillende vertogen: ‘Elke plek heeft zijn eigen waarheid en intussen probeer je in alle werelden de klappen te ontlopen.’
Dat er veel homoseksuele praktijken bestaan heeft ook te maken met het verbod op seks met meisjes. De cultus van maagdelijkheid en het gevaar op een zwangerschap zorgt ervoor dat veel mannen hun eerste seksuele ervaringen opdoen met een man. Veel jongens vertelden Vuylsteke ook dat ze in hun jeugd misbruikt waren. Homoseks vindt dus niet altijd plaats uit verlangen, maar soms gewoon omdat het voorhanden is, of omdat er geld verdiend moet worden. Tot Vuylsteke’s verbazing stonden alle geinterviewden zich erop voor dat ze actief waren in bed. Degene die neukt in plaats van geneukt wordt is geen echte homo en behoudt zijn mannelijkheid, begreep de journaliste.
Ze heeft enorm veel onderzoek verricht en brengt onthullende verhalen. Daarbij maakt Vuylsteke er een punt van dat ze hetero is. Dat zou positief werken in het contact met de mannen: ‘Ik was voor hen een buitencategorie, een ander diersoort.’ Het probleem is wel dat ze daardoor bepaalde blinde vlekken heeft. Niet alleen noemt ze de homosubcultuur ‘het getto’, ook heeft ze zich expliciet niet op vrouwen gericht, omdat die weleens spanning met haar zouden kunnen opbouwen of door haar last kunnen krijgen van een jaloerse partner. Het idee dat alle lesbische vrouwen direct verliefd op je worden, is een ijdele gedachte die heterovrouwen wel vaker koesteren. Maar het meest bezwaarlijk aan haar perspectief is het gebrek aan vergelijking, zoals S. na afloop terecht opmerkt. Niet alleen onder Marokkanen is homoseksualiteit een taboe, ook onder advocaten of Calvinisten, onder moeders en vaders van allerlei afkomsten. Het idee dat ‘bij ons’ de homo-emancipatie voltooid is en dat ‘zij’ achterlopen, kan met verschillende voorbeelden genuanceerd worden. Het is echter voor veel hetero’s een reden om zich altijd weer hardop te verbazen over homohaat ‘bij anderen’. Dat neemt niet weg dat Stichting Nafar goed werk doet, evenals het COC. Steun een janousi, met die slogan voert Nafar campagne om mensen (homo of hetero) te verleiden tot het betalen van het lidmaatschap van een of meerdere Nafar-leden.

